Menu

Inwerkingtreding Regeling fosfaatreductieplan 2017 per 1 maart 2017

Het ministerie van Economische zaken heeft op 17 februari 2017 de Regeling fosfaatreductieplan 2017 (1) bekend gemaakt. De regeling behelst één van de drie maatregelen om de fosfaatproductie door de melkveehouderij dit jaar te verminderen en onder het fosfaatproductieplafond te blijven, om zo de derogatie voor Nederland te behouden. De regeling zal alleen gelden voor 2017, daarna zal het nog in te voeren fosfaatrechtenstelsel de productie van fosfaat voor de melkveehouderij begrenzen.

Doel van de Regeling fosfaatreductieplan 2017

De Regeling fosfaatreductieplan 2017 is van toepassing op alle koemelk producerende bedrijven en op overige bedrijven met vrouwelijke runderen, tenzij er niet meer dan 5 vrouwelijke runderen worden gehouden of er na 15 december 2016 niet meer dan 2 runderen zijn aangevoerd. De regeling is gericht op het in fases reduceren van het aantal stuks rundvee tot aan het niveau van 2 juli 2015 (minus 4% voor niet-grondgebonden bedrijven). Bedrijven die hun veestapel niet of onvoldoende terugbrengen betalen op grond van de Regeling een heffing. Bedrijven die meer vee afvoeren dan ze volgens de Regeling moeten, ontvangen een bonus.

Gevolgen van de Regeling | juridische vragen

Duidelijk is dat de Regeling fosfaatreductieplan 2017 grote gevolgen heeft voor de melkveehouderij, maar de regeling leidt ook tot een aantal juridische vragen.

Onduidelijkheid over de wijze van heffen

Zo is er nog onduidelijkheid over de wijze waarop een heffing exact opgelegd zal worden. Voor melk-producerende bedrijven zal de inwinning van een heffing plaatsvinden door het zuivelbedrijf waaraan de betreffende houder de melk aflevert. In de praktijk zal het zuivelbedrijf de heffing inwinnen door verrekening met het melkgeld. Van het zuivelbedrijf zal het bedrijf een melkgeldafrekening ontvangen waarop de verrekening te zien is. Zuivelbedrijven zijn echter geen (zelfstandige) bestuursorganen. Zij kunnen daarom geen besluiten nemen waarin een heffing wordt opgelegd, dat moet in dit geval de Staatssecretaris doen. De melkgeldafrekening kan dus geen besluit zijn waartegen de melkveehouder bezwaar kan maken in het geval hij het niet eens is met de heffing. De Staatssecretaris zal derhalve formeel de heffing moeten opleggen en daarvan schriftelijk mededeling doen, om zo juridisch te waarborgen dat een melkveehouder in het geweer kan komen tegen de opgelegde heffing. Een dergelijke waarborg is er niet indien de heffing enkel met het melkgeld verrekend wordt door de zuivelbedrijven.

Kan de Regeling fosfaatreductieplan 2017 wel gebaseerd worden op de Landbouwwet?

Er bestaan echter ook twijfels over of de Regeling überhaupt wel stand kan houden of dat deze mogelijk onverbindend is. De Regeling fosfaatreductieplan 2017 is gebaseerd op artikel 13 van de Landbouwwet. Het is echter sterk de vraag of dit mogelijk is.

Artikel 13 van de Landbouwwet bepaalt namelijk dat een Regeling waarbij een verplichting tot betaling van een geldsom wordt opgelegd, slechts kan worden vastgesteld ter bevordering van de voortbrenging, de afzet en een redelijke prijsvorming van voortbrengselen van de landbouw en de visserij en in verband daarmede ten behoeve van de afnemers van producten of ter uitvoering van verordeningen, richtlijnen, beschikkingen en aanbevelingen van de Europese Economische Gemeenschap, voor zover deze betrekking hebben op het gemeenschappelijk landbouwbeleid.

Hoewel de Staatssecretaris dat blijkens de toelichting bij de Regeling fosfaatreductieplan 2017 kennelijk anders ziet, lijkt van één van voornoemde situaties in dit geval geen sprake. Het is daarom maar zeer de vraag of de Regeling fosfaatreductieplan 2017 kon worden gebaseerd op de Landbouwwet.

Bedrijven die fors uitgebreid zijn lijken onevenredig te worden getroffen

De Regeling fosfaatreductieplan 2017 voorziet daarnaast niet in een voorziening voor bedrijven die na de afschaffing van het melkquotum en na 2 juli 2015 fors zijn uitgebreid op grond van (rechtmatig) verleende vergunningen. Op grond van de verleende vergunningen mochten deze bedrijven uitbreiden, echter lijkt dit in de praktijk door de Regeling weer min of meer te worden teruggedraaid omdat deze bedrijven de veestapel op grond van de Regeling nu weer moeten reduceren of forse heffingen opgelegd krijgen. De bedrijven die fors zijn uitgebreid lijken dus onevenredig te worden getroffen door de Regeling, zodat de vraag kan worden gesteld of voor deze situaties ten onrechte geen voorziening is getroffen.

Contact opnemen?

Heeft u over deze of andere onderwerpen vragen of wilt u advies? Neem dan contact op met één van onze specialisten binnen Team Agro. Zij helpen u graag verder.

Auteur: Mr. Esther Wijnne-Oosterhoff
Team Agro
E: ewijnne@benthemgratama.nl
T: 038 428 0077

 

(1) Regeling fosfaatreductieplan 2017:
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/stcrt-2017-9915.html
Fotografie: A.J. van der Kolk

 

Nieuws

Benthem Gratama organiseert informatiebijeenkomst fosfaatrechtenstelsel 2018 | Woensdag 1 november a.s. op RMV Hardenberg 2017

Voor melkveehoudend Nederland stond een belangrijk deel van 2017 in het teken van de Regeling fosfaatreductieplan 2017. Team Agrarisch & Grondzaken van Benthem Gratama Advocaten organiseert daarom speciaal voor melkveehouders een vrijblijvende informatiebijeenkomst op woensdag 1 november a.s. tijdens de Rundvee & Mechanisatie Vakdagen (RMV) in Hardenberg.... Lees meer

Wat is de maximale betaaltermijn die leverancier en afnemer contractueel overeen kunnen komen?

Een betaaltermijn van 75, 90 of zelfs 120 dagen? Vóór 1 juli 2017 was dit eerder regel dan uitzondering in contracten tussen het grootbedrijf en leveranciers in het MKB. Per 1 juli 2017 trad de Wet uiterste betaaltermijn van 60 dagen voor grote ondernemingen in werking. Een aanzienlijke verandering met betrekking tot contractueel overeengekomen betalingstermijnen in Business-to-Business (B2B)-relaties.  ... Lees meer

Als het om uw belangen gaat, maken we ons sterk. Kom maar op!